Biobrandstoffen: Naar 100% plantaardige brandstoffen voor onze wagens?
Langzaam
dringt het tot de beleidsmensen door dat biobrandstoffen een
belangrijke bijdrage kunnen leveren in het kader van de
Kyotodoelstellingen. Vooral vanuit Europa neemt de druk en de ambitie
toe. De recente Europese Richtlijn bepaalt dat einde 2010 5,75% van het
energieverbruik moet afkomstig zijn van hernieuwbare energiebronnen.
Eind 2005 moet dit 2% zijn. [1]
Om Kyoto te halen zal er
meer moeten gebeuren dan enkel energie besparen. Het autoverkeer is één van de
grootste oorzaken van de toename van de broeikasgassen.
Het vermijden van zinloos
autoverkeer is uiteraard de beste manier om broeikasgassen te vermijden. Indien
dit niet mogelijk is moet toch een poging gedaan worden om te opteren voor zo
duurzaam mogelijke biobrandstoffen. Biobrandstoffen die in eerste instantie
echt bio zijn, die niet enkel duurzaam zijn qua teelt, maar ook in de productie
en tenslotte ook in het verbruik.
Met wat goede wil, moet
het mogelijk zijn om op beperkte tijd alle Belgische wagens over te schakelen
op biobrandstoffen.
Hiertoe moet maximaal
gebruik gemaakt worden van het eigen landbouwareaal, zowel in Vlaanderen als in
Wallonië.
Het is overduidelijk dat
naarmate men een ambitieuzere doelstelling heeft ook invoer is aangewezen: het
is een vooroorlogs idee om een klein en dicht bevolkt landje, als België, in
een Europa zonder grenzen, zelfvoorzienend te willen maken. Net als er nu
petroleum en gas wordt ingevoerd, kan er evenzeer biomassa worden ingevoerd.
Vooral in Oost Europa is er een groot potentieel aan landbouwgronden die niet
of ondermaats gebruikt worden. Maar ook Afrika en Latijns Amerika hebben
mogelijkheden. Het zijn nieuwe kansen voor de derde wereld om inkomsten te
verkrijgen die kunnen bijdragen tot een betere wereld. In tegenstelling tot
landbouwgewassen als koffie, bananen en dergelijke waar er op wereldvlak een
overschot aan is, zal er aan biomassa steeds een tekort zijn. Dat maakt het tot
een begeerd economisch goed.
De vraag stelt zich wel of
men viskeuze plantenoliën niet beter als grondstof voor een ‘bio-economie’
gebruikt dan voor de aanmaak van biobrandstof.
1. Overzicht van de
mogelijkheden
Op het internet vond ik een
overzichtelijk artikel terug dat in het Nederlandse ‘Algemeen Dagblad’ stond.
[2]
Zij noteerden niet minder dan
8 biobrandstoffen. Eigenlijk zijn het er slechts 4 omdat het op zich niet van
belang is via welk productieproces men tot deze biobrandstoffen komt.
1.1. biodiesel
- Biodiesel: wordt geproduceerd uit plantenolie (dit
kan van verschillende aard zijn: van diverse plantenoliën tot frietolie) en het
fossiele methanol. Na een scheikundige reactie krijgt men biodiesel en
glycerine.
- Synthetische diesel: wordt gemaakt uit hout-, stro-
en tuinafval via het Fisher-Tropsch procédé. Men gaat hout als het ware
vergassen tot lichte en zware koolwaterstoffen, die vloeibaar worden gemaakt en
geraffineerd tot zogenaamde ‘sun-diesel’. Deze sun-diesel kan gewone diesel
volledig vervangen.
1.2. bio-methaan
- Biogas: wordt gewonnen door biomassa-afval te vergisten
(GFT, stortgas, slibvergisting, mest) maar ook door landbouwgewassen te
vergisten (gras, maïs).
Biogas
is scheikundig gezien een mengsel van CH4 (60 a 70%) en CO2.
Er bestaan reeds lang wagens die kunnen rijden op puur aardgas (CH4).
Het zijn deze wagens die ook kunnen rijden op biogas. Volvo en Fiat hebben dit
soort motoren in hun gamma, ook al is het een zeldzaamheid. In onbehandeld
biogas zitten wel restanten van H2S en siliciumverbindingen die
schade kunnen toebrengen aan het milieu en de motor.
- Synthetisch aardgas: dit is in feite geraffineerd
biogas: men raffineert het biogas tot puur methaan.
1.3. bio-ethanol
- Bio-ethanol: wordt gewonnen uit suikerbieten of
suikerriet en uit graan of maïs. Het vergisten van de suikers levert alcohol op
(dit is scheikundig gezien ethanol). Vooral Brazilië is koploper wat
ethanolproductie betreft maar ook in de VS wordt een deel ethanol bijgemengd in
de benzine.
- Cellulose-ethanol: wordt geproduceerd uit hout en houtafval:
het hout wordt vermalen tot cellulose. Er wordt een hydrolyse op toegepast en
het wordt gefermenteerd. De CO2-balans voor cellulose-ethanol
(80-90%) is gunstiger dan voor het normale bio-ethanol (50%). De productiekost
ligt relatief laag. In Zweden is recent een proefinstallatie opgestart. [3]
Dat
de CO2-balans gunstig is, wil niet zeggen dat dit op zich naar
duurzaamheid de meest interessante technologie is. De CO2-balans is
vermoedelijk zo gunstig omdat een deel van de grondstof als brandstof wordt
verbruikt.
Ethanol
heeft echter een zeer lage verbrandingswaarde en er zijn dus grotere
brandstoftanks nodig!
1.4. bio-oliën
- Frituurvet: De bedoeling is om wagens te laten
rijden op een mengeling van gebruikte gefilterde vetten en oliën van frituren, fast-foodketens...
Vooral in Duitsland zitten er fans van deze brandstof. De wagens moeten
aangepast worden. Ik stel me persoonlijk de vraag of het wenselijk is om op een
afvalstof te rijden. Er bestaat geen controle op de milieutechnische kwaliteit,
laat staan op de verbrandingsgassen. Het lijkt me meer aangewezen om frituurvet
te gebruiken als brandstof in een bio-wkk-installatie zoals door de
coöperatieve Groenkracht uit Oostende wordt gedaan. [4]
- Pure Plantenolie (ppo): Men kan gebruik maken van
plantenolie met een beperkte viscositeit als brandstof in (omgebouwde)
dieselmotoren: de meest gebruikte plantaardige oliën zijn koolzaadolie en zonnebloemolie, maar in Nederland en
Duitsland wordt ook plantenolie uit de supermarkt gebruikt (sojaolie) wegens
zijn lage kostprijs (55 eurocent). [11] Goedkoop wil in deze context niet
duurzaam zijn: Deze praktijk leidt tot veel verpakkingsafval.
Elke
dieselmotor kan in de zomermaanden op een mengsel van 50% diesel en 50% plantenolie
rijden. In de winter is dit beperkt tot 20%. Sommige oude diesels rijden op
100% plantenolie (indirecte injectie).
Wil
men met een gewone dieselwagen op 100% plantenolie rijden dan moet de motor
omgebouwd worden wegens de hogere viscositeit van de olie. Deze ombouw kan met
een doe het zelf kit voor 600€. [5]
Typisch voor het
Nederlandse artikel is dat men neerkijkt op ppo. En net ppo blijkt vanuit
duurzaamheidstandpunt het meest interessant te zijn, zoals ik verder wil
aantonen.
1.5. En er zijn nog andere
mogelijkheden die in het artikel niet vermeld zijn. Van deze alternatieve
producten is bio-ETBE de meest voorkomende. Dit product wordt gemaakt op basis
van bio-ethanol. Bio-ETBE (“ethyltertiairbutylether”) wordt geproduceerd uit
ethanol en isobutyl. Dit product wordt hoofdzakelijk toegevoegd aan benzine
zonder lood tot een gehalte van 15% om het octaangehalte te verhogen.
De productie van bio-ethanol
gaat gepaard met de uitstoot van heel wat fossiele CO2. Bij de
productie van ETBE stoot men nog meer fossiele CO2 uit en heeft men
bovendien fossiele grondstoffen nodig. Deze brandstof is dus helemaal niet
duurzaam, laat staan interessant.
Verder is er nog biomethanol,
biodimethylether, bio-MTBE, bio-waterstof (geproduceerd op basis van
plantenmateriaal waar dus de waterstof wordt afgescheiden).
Ik ga van de
stelling uit dat alle bio-energiedragers zinvol zijn, ook al hebben ze niet
allemaal het zelfde potentieel. Men zal om praktische redenen echter het aantal
brandstoffen moeten beperken.
2. Bio-methaan: niet de
beste optie
Gas (methaan) heeft de minste
kansen om als biobrandstof op grote schaal door te dringen. Op dit moment rijdt
haast niemand op fossiel aardgas, laat staan dat men op bio-methaan gaat
overschakelen.
Tevens is de productie van biomethaan
geen optimaal proces. Het breekt biomassa af. Het is een nat proces en dit kan
een voordeel zijn voor vloeibare biomassastromen. Methaanbacteriën breken
biomassa maar gedeeltelijk af: enkel de gemakkelijke koolstofhoudende moleculen
worden omgezet in methaan.
Met de nieuwe droogprocédés
die op punt gesteld werden, kan men met vrij weinig energie natte biomassa
drogen. Nieuwe technieken zijn in ontwikkeling om droge biomassa om te zetten
in pyrolyse-olie.
Biomassa moet zo duurzaam
mogelijk gebruikt worden. In die zin is biomassa omzetten naar biogas een
productieprocédé met een te laag rendement.
Vb: drijfmest kan worden
vergist tot biogas en een restfractie maar kan ook worden gedroogd en via
hydrolyse worden omgezet in pyrolyse-olie en een minerale overschotfractie (zie
§6). In het laatste geval zal men er mogelijk meer brandstof uit kunnen halen.
Uiteraard moet bekeken worden of het überhaupt zinvol is om mest op deze wijze
te behandelen. Mest kan best vermeden worden of, als dit niet kan, op aanvaardbare
wijze als bemesting van landbouwgronden gebruikt worden.
Als er al biogas wordt
geproduceerd, kan het biogas beter worden ingezet als brandstof voor
WKK-groenestroomopwekking zoals dit nu reeds gebeurt bij stortgas ed.
Studies van het VITO hebben
aangetoond dat motoren op aardgas niet steeds de meest milieuvriendelijke
motoren zijn omdat de uitstoot van schadelijke stoffen niet zo laag ligt als
men zou kunnen denken. Het imago van methaan als een milieuvriendelijke
brandstof (in de zin van een zuivere verbranding) gaat dus niet op voor gebruik
in wagens.
Even de volgende bedenking:
Het fossiele LPG, dat in feite zuiverder uitlaatgassen oplevert dan methaan, is
nooit een voltreffer geweest in België.
Gasvormige brandstoffen
hebben vooral nadelen qua veiligheid en wat betreft het gemak van tanken.
Hierdoor worden veel automobilisten afgeschrikt, deels ten onrechte, maar de
klant is koning.
Deze optie wordt dan ook niet
verder bekeken.
Als er al een
interessante hernieuwbare gasvormige brandstof in de pipe-line zit met zeer
zuivere uitlaatgassen bij verbranding in een motor, zal het eerder groene
waterstof zijn (geproduceerd uit groene elektriciteit), maar dit is een ander
verhaal. De typische nadelen van een gasvormige brandstof zijn hier eveneens
aan de orde. Het voordeel is dat men deze brandstof met windenergie kan
produceren op zee of met zonne-energie in de woestijn ed. Het zal er op
neerkomen om de kostprijs van de groene stroomproductie dmv fotovoltaïsche
cellen verder te drukken.
3. Voor- en nadelen van
plantenolie tov biodiesel /bio-ethanol
Laat ons de pure brandstof
ppo eens vergelijken met afgeleide brandstoffen.
Voor de overheid is het
gebruik van biodiesel en bio-ethanol interessant:
1. Men kan ze tot bepaalde
verhoudingen mengen met gewone brandstoffen:
- Ethanol kan gemengd worden
met benzine in een range tussen 10% (Canadese cijfers) en 30% (Franse cijfers).
Een Waalse studie spreekt over 5 a 20%. [6] In aangepaste motoren kan men op pure
ethanol rijden.
- Ook biodiesel kan in beperkte
mate (5 à 10%) gemengd worden met gewone diesel. Biodiesel is immers zeer zuur
en tast sommige delen van de wagen aan zoals de brandstoffilter en de
dichtingen.
Als men de motor aanpast kan
dit cijfer oplopen tot 100% (de meeste Duitse wagens kunnen op 100% biodiesel
rijden).
Het eerste voordeel is dus
dat men weinig moet wijzigen aan het huidige wagenpark.
2. Een tweede voordeel voor
de overheid is dat men alles onder controle kan houden: men kan de olieconcerns
opleggen dat een bepaald percentage van de brandstoffen biobrandstof is en men
kan alles vrij goed opvolgen.
De optie ppo vraagt om een
nieuw opvolgingssysteem. Door toepassing van een beperkte accijns op ppo in
combinatie met het kleuren van de ppo met een gestandaardiseerde kleurstof,
vangt men dit euvel op. Fraude is niet uit te sluiten, maar dit geldt voor alle
economische activiteiten. Het moet wel de bedoeling blijven dat biobrandstoffen
en meer bepaald ppo goedkoper worden dan de gewone brandstoffen.
3. Een ander voordeel voor de
overheid is dat men met de optie biodiesel en bio-ethanol gecontroleerd
accijnzen kan blijven heffen op brandstoffen. Het kan niet de bedoeling zijn om
mensen goedkoper te gaan laten autorijden. Dit zou het autogebruik nog meer
aanmoedigen en een pervers effect hebben: het moet de bedoeling blijven om zo
weinig mogelijk biobrandstoffen te gebruiken en deze in elk geval zo duurzaam
mogelijk te gebruiken.
4. Het laat de overheid toe
om biobrandstof of de grondstoffen ervoor in te voeren:
- rietsuiker, graan of maïs voor de aanmaak van
ethanol
- en als het procédé op punt komt, hout voor de
aanmaak van cellulose-ethanol
- palmolie voor de aanmaak van biodiesel.
We zullen immers in ons klein
landje, en ook in de EU, niet zelfvoorzienend kunnen zijn in biobrandstoffen.
In principe kan ppo
(zonnebloemolie, sojaolie, koolzaadolie) ook worden ingevoerd, alleen is het
aanbod aan grondstoffen voor biodiesel en bio-ethanol groter.
Voorwaarde is dat deze
biogrondstoffen duurzaam geoogst worden met respect voor milieu en mens.
Sojaolie heeft een negatieve faam inzake ggo. Palmolie heeft in Nederland op
ecologisch vlak een zeer negatieve faam. Menige milieuactiegroep is tegen
palmolie omdat palmplantages monoculturen zijn (verschraling van het landschap
met een hoge kans op ziek wordende bomen). In andere gevallen worden oliepalmen
aangeplant ten koste van tropisch regenwoud. Dit pleit voor een apart label
voor duurzame productie zoals dat voor de houtproductie (FSC-label) reeds
bestaat. Daar tegenover staat dat deze optie de derde wereld van interessante
financiële middelen kan voorzien, voor zover deze middelen eerlijk herverdeeld
worden in deze landen uiteraard.
De vraag stelt zich dan weer
of het ethisch verantwoord is om van een duurzaam voedingsgewas als graan of
maïs een brandstof te maken.
Feit is dat het dumpen van de
westerse overproductie aan landbouwgewassen op de derdewereld markten kan
worden vermeden zodat de locale landbouw kan blijven bestaan. Het meest
schrijnende voorbeeld is Venezuela. Tot enkele jaren terug werd de
landbouwactiviteit afgebouwd en alle landbouwgewassen ingevoerd en betaald met
de petroleuminkomsten. Zeer veel arme Venezuelaanse landbouwers vielen echter
zonder werk.
Daar tegenover staat:
1. De optie
biodiesel/bio-ethanol bevordert de grootschalige brandstoffenindustrie ten
koste van de landbouwsector die het nu reeds moeilijk heeft: de landbouw heeft
op dit moment te maken met verminderde inkomsten en dit zal nog verergeren nu
Europa gaat snoeien in de landbouwsubsidies. Het kan de landbouw terug zuurstof
geven zodat er ruimte komt voor een integraal landbouwbeleid: de landbouwer als
ecologisch beheerder.
Vele landbouwbedrijven passen
voor de optie biodiesel omdat ze in dat geval hun koolzaad aan een fractie van
de rendabele prijs (20 à 30%) moeten verkopen aan de olieconcerns. Koolzaad
wordt op dit moment vaak op braakliggende gronden gezaaid als bodembedekker
eerder dan als landbouwcultuur. Biodiesel uit koolzaad zal dus moeten
gesubsidieerd worden en men wil net van de landbouwsubsidies af. Of meer nog:
de optie biodiesel zal enkel slagen door gebruik te maken van ingevoerde
bio-oliën zoals palmolie.
2. Een zeer belangrijk
voordeel voor de consument is dat hij zijn brandstof op een echte vrije markt
kan aankopen. Momenteel is de brandstoffenmarkt in handen van enkele grote
olieconcerns die de marktprijs bepalen. Er is haast geen concurrentie. Als ppo
wordt toegelaten als brandstof voor wagens komen er opslag tientallen
leveranciers (wellicht coöperaties) bij. Dit voordeel heeft men niet bij
biodiesel. Ook voor de consument is het dus een goede zaak.
3. Je hebt heel wat fossiele
brandstoffen nodig om biodiesel aan te maken. Je hebt zelfs een fossiele
grondstof (methanol) nodig.
Een studie van Valbiom maakt
gewag van de volgende cijfers. [7]
Per eenheid fossiele energie
die men gebruikt verkrijgt men de volgende hoeveelheid netto energie:
- diesel: 0.9
- biodiesel: 2,1
- koolzaadolie:
3,1
Dit toont aan dat de
productie van koolzaadolie zeer weinig fossiele brandstoffen vereist.
Merk op dat om diesel te
produceren men ook energie nodig heeft vandaar een rendement lager dan 1.
Het is duidelijk dat
plantenolie veel beter scoort in de strijd tegen het broeikaseffect dan
biodiesel.
Volgens deze studie wordt
gerekend met een productie van 1300 l biodiesel (40GJ) en 1240 l koolzaadolie (42GJ) per hectare.
De studie rekent in de
koolzaadteelt de ‘afval’-biomassa niet mee: perskoek en koolzaadstro worden als
nutteloos beschouwd. Dit is een fundamentele fout zoals verder zal blijken.
4. Bij de opmaak van het
businessplan voor een biodieselinstallatie gaat men ervan uit dat men een
nuttige toepassing vindt voor het bijproduct glycerine. Bij grootschalige
biodieselproductie wordt glycerine echter een afvalproduct, eerder dan een
grondstof. Door het overaanbod aan glycerine zal het product niets meer waard
zijn. Dit drijft de kostprijs van de biodiesel extra de hoogte in. Een proces
dat veel afval produceert kan je moeilijk duurzaam noemen.
5. Op het
levensbeschouwelijke vlak moet men zich de volgende vraag stellen: Hoe “bio” is
biodiesel? Biodiesel kan je moeilijk met iets van plantaardige oorsprong
associëren. Het blijft een chemische brandstof van natuurlijke oorsprong.
4. De piste bio-ethanol
De optie bio-ethanol wordt
vaak als één van de meest realistische mogelijkheden voorgesteld. Vooral de
hoge opbrengst aan biomassa per ha steekt de ogen uit voor wat suikerbieten
betreft.
De productie van bio-ethanol
is echter niet simpel: er is een biologische fermentatie en een destillatie nodig.
Dit laatste kost heel wat energie en deze energie is meestal fossiel.
Per eenheid fossiele energie
die men gebruikt verkrijgt men de volgende hoeveelheid netto energie in de vorm
van bio-ethanol [7]:
- suikerbiet: 1,4
- tarwe: 1,8 (zonder benutting van het stro)
- tarwe: 3,5 (als men het stro ook gebruikt)
In vergelijking met biodiesel
en ppo ligt deze factor lager: dus minder gunstig in de strijd tegen het
serre-effect tenzij men bij de tarweteelt het stro herbruikt.
Maar de productie per ha van
ethanol ligt hoger:
- suikerbiet: 5500l ethanol (117GJ)
- tarwe: 2700l ethanol (57,5GJ)
5. Vergelijking van alle
biobrandstoffen
Men vergeet echter dat
ethanol een bijzonder lage verbrandingswaarde heeft:
De cijfers voor de onderste
verbrandingswaarde (in MJ/kg) zijn als volgt:
- diesel: 42,7
- benzine: 43,5
- biodiesel: 37,7
-
koolzaadolie: 36,6
- ETBE: 36
- ethanol: 26,8
Men zal dus veel meer
brandstof moeten meesleuren om dezelfde afstand af te leggen: 62% meer tov
benzine, waarbij er van uitgegaan wordt dat het rendement van de benzinemotor
niet negatief beïnvloedt wordt door over te schakelen van benzine op ethanol.
Men vergeet ook dat ethanol
wordt verbrand in een benzinemotor die een gemiddeld rendement heeft van 25%
tov de dieselmotor 35% en de Elsbettmotor (speciale motor voor plantenolie)
40%. [5]
Nuttiger zou zijn om het
potentieel aan bewegingsenergie per ha te berekenen:
- ethanol (suikerbiet): 29.25GJ (benzinemotor)
- ppo: 16,8GJ (Elsbett-motor)
- ethanol (tarwe): 14,4GJ (benzinemotor)
- biodiesel: 14GJ (dieselmotor)
Laat ons ook eens de netto
bio-energie per ha berekenen:
De laatste kolom van deze
tabel moet als volgt geïnterpreteerd worden: als we de fossiele brandstof nodig
voor de aanmaak van de biobrandstof vervangen door de biobrandstof zelf, neemt
de netto productie aan biobrandstof aanzienlijk af:
|
Biobrandstof
|
ratio
|
Bio+fossiel
|
fossiel deel
|
bio deel
|
|
|
|
GJ/ha
|
GJ/ha
|
GJ/ha
|
|
Tarwe-ethanol
(met benutting van het
stro)
|
3,5
|
57,5
|
16
|
41
|
|
Suikerbietethanol
|
1,4
|
117
|
84
|
33
|
|
Koolzaadolie
|
3,1
|
42
|
14
|
28
|
|
Tarwe-ethanol
(zonder benutting van het
stro)
|
1,8
|
57,5
|
32
|
26
|
|
Biodiesel
|
2,1
|
40
|
19
|
21
|
Uit deze tabel blijkt
duidelijk dat het van groot belang is om niet enkel het graan te benutten maar
ook het stro. Het belang van de restproducten blijkt ook uit §6.
Suikerbietethanol komt er nog
steeds goed uit maar opmerkelijk is dat men een zeer hoog percentage aan
fossiele brandstof nodig heeft om de biobrandstof te produceren. Koolzaadolie staat ook hier niet zo best gerangschikt
omdat men geen rekening houdt met de energie-inhoud van de perskoek en van het
koolzaadstro.
Op het eerste zicht zijn deze
reststoffen niet echt nuttig. Perskoek kan evenwel gebruikt worden in de
veeteelt als alternatief voor soja. Maar zowel perskoek als koolzaadstro zijn
de ideale grondstof voor pyrolyse-olie...
6. Pyrolyse-olie.
Enkele cijfers:
Vroeger oogstte men 3000kg
koolzaad per ha. Ook Folkecenter spreekt over 3ton koolzaad per ha [8].
Sommige Belgische landbouwers
halen tot 4000kg zaad per ha. Uitzonderlijk tot 5000kg per ha.
En in het onderzoekscentrum
van Gembloux wint men reeds 6000kg per ha. [9]
Deze hoge producties zijn
eerder de uitzondering. Eén zware zomerse stortbui en de oogst valt tegen.
Laten we voor de eenvoud
rekenen met 4000kg zaad per ha:
Na koude persing haalt men
daar 30% olie uit.
Dit komt neer op 1200kg koolzaadolie per ha.
En 2800kg perskoek per ha.
Tevens wordt er per ha 3300kg
stro geproduceerd.
In totaal wordt er dus naast
1200kg koolzaadolie ook 6100kg biomassa
geproduceerd per ha.
Folkecenter [8] spreekt over
een productie van 5900 kg stro en perskoek per ha wat in dezelfde ordegrootte
ligt.
Op het eerste zicht lijkt het
erop dat de koolzaadteelt in termen van biomassa slechts 16% nuttige biomassa
oplevert .
Recent werd echter een
procédé van pyrolyse van biomassa door bio-oil exploitation ontwikkeld. [10]
Dit jaar nog wordt er een eerste installatie gebouwd in Tessenderlo.
Met dit procédé wordt
biomassa omgezet in pyrolyse-olie met een rendement van 70%. 10% is nodig om
het proces te onderhouden en 20% is beschikbare afvalwarmte.
Op die wijze kan men uit de
restmassa nog eens 4270 kg pyrolyse-olie per ha produceren.
- Volgens de firma zelf bestaat de mogelijkheid om de
olie als motorbrandstof te gebruiken met een aangepast systeem (novel).
- Ook toepassingen als biobrandstof ter vervanging van
stookolie en gas voor huisverwarming lijken me mogelijk. Dit is belangrijk
omdat er niet zo veel andere bio-energiedragers zijn om huizen te verwarmen:
Voor deze toepassing is ppo te duur. Het andere alternatief is hout. Hout in
gekliefde vorm is arbeidsintensief en houtkachels (op de tegel of de
speksteenkachel na) hebben een minder goed rendement. Om houtpellets te
verbranden met een CV-installatie is een dure investering nodig. Bovendien
leent de pyrolyse-olie zich zeer goed om gebruikt te worden in condenserende
mazoutketels omdat de olie zwavelarm is. Deze ketels hebben een rendement tot
104%.
- Omdat de olie asvrij is bestaat de mogelijkheid om
deze pyrolyse-olie toe te passen als brandstof voor STEG-centrales
(hoog-rendements-elektriciteitscentrales met rendementen tussen 50 en 60%).
De balans per ha wordt dan
als volgt:
- 1200 kg koolzaadolie
- 4270 kg pyrolyse-olie
- 610 kg gaat verloren in het proces
- 1220 kg wordt vrij gezet als warmte
Per ha wordt er dus in totaal
5470 kg olie geproduceerd .
In de tropen slaagt men erin
om 10.000 l (= 9000 kg) palmolie per ha te produceren.
Ondanks het koude Europese
klimaat, kunnen we erin slagen om 60% van dit resultaat te halen door deze
nieuwe technologie toe te passen.
De kwestie zal zijn om de
pyrolyse-olie op termijn op goedkope, rendabele wijze te kunnen produceren.
7. Samengevat
Bij de keuze van
biobrandstoffen is duurzaamheid het belangrijkste criterium: hoe kan men met
een minimum aan landbouwgrond een maximum aan biobrandstoffen produceren in
combinatie met een technologie die leidt tot een minimaal verbruik ervan?
Als we op termijn genoodzaakt
zijn om af te stappen van de vertrouwde brandstoffen, diesel en benzine, en
over te schakelen op biobrandstoffen, dan zijn de volgende opties mogelijk:
- bio-ethanol: Maar suikerbieten zijn in onze regionen niet
rendabel voor de productie van suiker, laat staan voor het afgeleide
ethanol. Bovendien is er heel wat fossiele brandstof nodig om de ethanol
te produceren. De benzinemotor heeft een zeer laag rendement en er is dus
extra biobrandstof nodig. Tenslotte heeft ethanol een lage
verbrandingswaarde waardoor het specifieke verbruik erg hoog ligt. En meer
brandstof leidt tot een hoger wagengewicht en dus ook een hoger
brandstofverbruik.
De
productie van bio-ethanol uit suikerbieten, suikerriet, tarwe of maïs, lijkt
een te complexe en niet duurzame optie. Zelfs in het land van de bio-ethanol bij
uitstek, Brazilië is het gebruik van bio-ethanol niet algemeen verspreid.
- biodiesel: Men moet eerlijk zijn. Biodiesel heeft vanuit
ecologisch-economisch standpunt enkel zin en kans als men moet vertrekken
van sterk viskeuze plantenoliën zoals palmolie. Palmolie kan enkel in
tropische omgevingen gebruikt worden als pure brandstof voor motoren.
Palmolie
is ook een belangrijke grondstof in het streven naar een duurzamere
samenleving.
Wat
mij betreft is biodiesel een overgangsbrandstof in functie van de continuïteit
van het wagenpark.
Waarom
een afgeleide gebruiken als men kan rijden op het origineel: koolzaadolie/pyrolyse-olie.
Biodiesel
is niet meer of niet minder dan een poging van de oliesector om op kosten van
de landbouwers de markt van de brandstoffen in hun handen te houden.
Anderzijds
hebben motoren op koolzaad altijd nog ‘startdiesel’ nodig om het comfort van de
automobilist niet te sterk aan te tasten.
- plantenolie/pyrolyse-olie: De wet van de duurzaamheid leert ons dat, als
men gebruik moet maken van een schaars gegeven, men dit gegeven zo
efficiënt mogelijk moet benutten. Vanuit ecologisch/economisch standpunt
is het gebruik van plantenolie als autobrandstof de beste oplossing.
Met
plantenolie kan men de meest efficiënte motor (Elsbett-motor) gebruiken die het
laagste verbruik heeft. Op termijn kan plantenolie volledig CO2 vrij
geproduceerd worden. En de meest belangrijke joker van koolzaad is de
mogelijkheid om pyrolyse-olie te produceren uit de nevenproductie van de
biomassa van de koolzaadteelt. Interessant is dat deze pyrolyse-olie kan
gebruikt worden als motorbrandstof.
De enige
bottleneck voor de piste ppo is de accijnsprijs. Wettelijk gezien moet per
liter ppo verbruikt in de wagen een accijns van ongeveer 0,35€ betaald worden.
Dit maakt ppo als brandstof voor een wagen zeer duur.
Dit is
tegenstrijdig: de milieuvriendelijke brandstof is duurder dan de
milieuonvriendelijke brandstof.
En, het is
vooral een administratieve rompslomp om accijnzen op ppo te betalen. Een
doelgericht beleid inzake Kyoto vereist de afschaffing of in elk geval de
verlaging van de accijnsprijs voor biobrandstoffen en meer bepaald voor ppo en
op langere termijn uiteraard ook pyrolyse-olie. Van zodra men een redelijke
prijs moet betalen voor ppo en verlost is van de administratieve rompslomp zal
ppo definitief zijn plaats verwerven als degelijke motorbrandstof.
Geraadpleegde sites:
[1] http://www2.vlaanderen.be/
[2] “biobrandstof rukt op”: http://www.novem.nl/
[3] productie van ethanol uit
houtafval: http://www.etek.se/
[4] wkk op frituuroliën: http://www.groenkracht.be/index.asp?deel=projecten
[5] organisatie ter promotie
van plantenolie als motorbrandstof: http://www.ppo.be/index.asp?p=100&l=1
[6] http://www.valbiom.be/pages/biocarburants.htm
[7] www.valbiom.be/pages/
[8] http://www.folkecenter.dk/
[9] http://www.vilt.be/gevilt/detail.phtml?id=738
[10] http://petermaasen.7host.com/
[11] http://www.baseportal.com/cgi-bin/baseportal.pl?htx=/fmsonl/ppo
|